Wat missen wij aan Nederland (en waarom gaan we toch niet terug…)?

Wij van Les Petites Perles zijn allemaal gelukzoekers! We hebben het oude vertrouwde Nederland ooit achter ons gelaten en hebben gekozen voor een nieuw bestaan in Frankrijk. Een EU-land, waar je redelijk gemakkelijk je droom kan waarmaken en dat niet eens zo ontzettend ver van het vaderland ligt verwijderd. Maar toch: alles is anders en er zijn van die dingen die we toch wel een beetje missen! Dit keer vertelt Karen van Domaine Bessières wat ze mist aan Nederland (maar waarom ze toch niet teruggaat..).

Wat mis je aan Nederland, Karen?

Eigenlijk niet zo veel. Het leven hier in Frankrijk is heerlijk, maar soms, op onverwachte momenten, realiseren we ons dat een aantal dingen in Nederland toch echt heel goed geregeld zijn.

Wij wonen – net als heel veel Fransen – à la campagne. En dat is fantastisch! Heerlijk rustig, met ruimte, natuur, geen files en nooit gedoe met parkeren. Maar al die ruimte heeft ook zijn keerzijde. Afstanden zijn nu eenmaal groter dan in Nederland. Het Franse platteland is dunbevolkt; dorpjes en stadjes zijn klein en liggen ver uit elkaar.

Als onze Nederlandse gasten ons vragen of er iets ‘in de buurt’ is dan zeggen wij altijd lachend dat onze definitie van ‘in de buurt’ maximaal een uur rijden is! Twintig minuten met de auto rijden naar de supermarkt vond ik eerst ver, maar inmiddels rijd ik er fluitend heen. 

Fietsen? Alleen voor sportievelingen! 

Fietsen is hier nauwelijks een praktische optie. De wegen slingeren door heuvels, die soms echt wel pittig zijn. Wielrenners komen hier graag, maar met boodschappentassen aan je stuur… dat gaat hem echt niet worden. Daarom heeft iedereen hier een auto – vaak zelfs meer dan één per huishouden.

Dan maar met het openbaar vervoer!

Ja, het het openbaar vervoer! Of beter gezegd: het gebrek daaraan. Op het platteland is het OV-netwerk dun en onvoorspelbaar. Dat maakt het voor jongeren, die nog geen rijbewijs hebben, soms echt lastig. Onze dichtstbijzijnde bushalte? Drie kilometer lopen. Het dichtstbijzijnde treinstation? Drie kwartier rijden. En de bus die daarheen gaat? Eén in de ochtend heen, één in de avond terug. Geen vaste tijden, geen logische aansluitingen. Je plant hier geen reis om 12:00 — je plant om 08:00 en hoopt dat je ergens in de middag aankomt. Op zulke momenten denk je: ‘in Nederland hebben we het eigenlijk best goed’. Daar kun je, zelfs al wordt er heel wat gemopperd, bijna overal met trein, bus of metro komen.

Maar Frankrijk verrast ook… 

Toch heeft Frankrijk ook pluspunten: veel steden bieden gratis openbaar vervoer naar en binnen het centrum van de stad. Zo ook ‘onze’ stad Villeneuve sur Lot. En de treinkaartjes? Vaak aanzienlijk goedkoper dan in Nederland.

En dan is er natuurlijk dé ster van het Franse spoor: de TGV. Wanneer ik met de auto naar Parijs rijd, ben ik zeven uur onderweg. Maar als ik naar Agen rijd en daar de TGV pak, sta ik al in 4,5 uur in het hart van Parijs op het station Montparnasse. Dat blijft verbazingwekkend snel!

Ondanks investeringen van de overheden blijft reizen met het OV  op het Franse platteland een uitdaging. Maar misschien hoort dat ook bij dit leven: meer rust, meer natuur, minder snelheid, maar ook minder efficiëntie.

Elke keer als ik in Nederland in de bus of trein stap, denk ik: ‘Wat is dat OV in Nederland toch goed geregeld!’. En elke keer als ik hier in Frankrijk ’s ochtends lekker buiten zit, met het geluid van de vogels en uitzicht over de heuvels, denk ik: ‘Ja… maar dit is óók heel wat waard’.